Simson

Uit Christipedia
Simson verscheurt een leeuw.

Simson (Eng. Samson) was gedurende twintig jaar richter van Israël, in de 11e eeuw v.Chr. Hij is vermaard om zijn lichamelijke kracht, waardoor hij zich als een geduchte tegenstander aan Israëls vijanden de Filistijnen betoonde en Israël begon te verlossen uit hand der Filistijnen (Richt. 13:5). Zijn daden en lotgevallen worden in Richt. 13-16 beschreven.

Zijn naam

Zijn moeder gaf hem de naam "Simson". Zijn naam betekent in het Hebreeuws “als de zon”[1], “die naar de zon gelijkt”[2], van Sémesch, “zon”; of “kleine zon”[3], van een verkleinwoord van Sémesch. Anderen hebben “zonneschijn”[4], of “zonnig”[5]. Misschien houdt de naam verband met de verschijning van de engel die haar de geboorte van een zoon aankondigde. Een verschijning van een engel is vaak lichtend (→ Engel).

Ri 13:6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. (HSV)

In het Hebreeuws luidt zijn naam sjimsjon en komt 38 x voor in het Oude Testament. In het Nieuwe Testament wordt de naam van Simson één keer genoemd, Hebr. 11:32. In de Griekse brontaal van dit vers staat Sampsoon, σαμψων. Zo werd de naam ook geschreven in de LXX, de oude Griekse vertaling van het Oude Testament. “Samson”, ontleend aan de Griekse schrijfwijze voor Simson, wordt door de Statenvertaling gebezigd in Hebr. 11:32. Zie verder bij Samson.

Zijn geschiedenis  

Simson was een zoon van Manoach, een Daniet (= iemand uit de stam van Dan) uit Zora. Zijn geboorte was vooraf aangekondigd door een engel aan zijn moeder, die al lange tijd kinderloos was. De engel zei tegen zijn ouders dat hun toekomstige zoon een Nazireeër (dat wil zeggen, een afgezonderde) moest zijn vanaf zijn geboorte. 

Toen de Filistijnen, de 'interne' vijanden van Gods volk, over Israël heersten (Richt. 14:5), moest een Nazireeër door God worden verwekt om de bevrijding tot stand te brengen. Simson was een Nazireeër voor zijn hele leven. 

Vóór zijn geboorte was van Simson gezegd: "Hij zal beginnen Israel te verlossen uit de hand der Filistijnen." De uitspraak "hij richtte Israel twintig jaar" (Richt. 15:20) betekent ongetwijfeld het zuidwestelijk deel van het land, nabij het land van de Filistijnen.

Kaart hierboven: Het land van Simson, het stamgebied van Dan, grensde aan het land van de Filistijnen met hun steden Ashdod, Ashkelon, Ekron, Gaza en Gath. Simson kwam uit Zora. Zie ook de kaart hieronder.  

Simson trof in Timna een Filistijnse vrouw aan met wie hij - tegen de wens van zijn ouders - wilde trouwen. Zijn huwelijk was in zoverre "van de Heer" (Richt, 14:4) dat het in de wegen van God een gelegenheid werd tegen de Filistijnen. Toen hij met zijn ouders bij Timna kwam, kwam een jonge leeuw hem brullend tegemoet. Simson doodde de leeuw. Het karkas van de leeuw, waarin een bijenzwerm was getrokken en honing werd gemaakt, leidde hem tot een raadsel voor dertig hem toegewezen bruiloftsmetgezellen, en dit raadsel tot het doden van dertig andere mannen van de Filistijnse stad Ashkelon, Richt. 14:19.

Kaart: het beekdal Sorek, waar Delila woonde 

Toen zijn Filistijnse vrouw aan een andere man gegeven werd, verbrandde Simson uit wraak hun koren, hun wijngaarden, en hun olijven, en sloeg de Filistijnen met 'een grote slachting.'

Toen de Filistijnen zich verzamelden om Simson te arresteren, wilden de mannen van Juda hem niet verdedigen, maar schikten zich in hun staat van slavernij. Ze zeiden: "Weet u niet, dat de Filistijnen over ons heersen?”. Drieduizend van Juda bonden Simson en leverden hem over aan de Filistijnen. Zo werd Simson, in Gods ondoorgrondelijke wegen, gescheiden van zijn eigen volk.

Toen hij in de handen van zijn vijanden was, werd Simson krachtig bewogen door de Geest, en met het kaakbeen van een ezel sloeg hij duizend Filistijnen. Na deze grote overwinning smachtte hij naar water en riep tot de Heer, die een hol in de rots kliefde en hem te drinken gaf.

Door zijn buitengewone lichaamssterkte verrichtte hij verscheidene wonderdaden, en hij gebruikte zijn bovennatuurlijke kracht voornamelijk tegen de vijanden van zijn volk, de Filistiinen.

Zijn vernederend einde was het gevolg van zijn verlangen naar heidense vrouwen. In het beekdal Sorek (zie kaart) woonde de filistijnse Delila, voor wie hij liefde opvatte. 

Aan Delila onthulde hij het geheim van zijn kracht. Dat was dwaas, daar hij wist dat ze hem kon verraden. De sterke man werd in de slaap de haren afgeknipt en verloor zo zijn kracht. Hij werd door de Filistijnen overrompeld en blind gemaakt. In de kerker moest hij voor zijn vijanden malen. 

Simson verwoest de tempel van de Filistijnen, olieverfschilderij door Giovanni Benedetto Castiglione, 17e eeuw.

Maar God had hem niet verlaten, en zijn haar begon weer te groeien. Toen de Filistijnen een groot offer aan hun god Dagon gaven, prezen zij hun god, en zeiden dat hij het was, die Simson in hun handen gegeven had. Vervolgens lieten ze Simson halen om zich met hem te vermaken. Maar hij riep tot de Heer en vroeg Hem om hem voor deze keer weer te versterken, opdat hij zou worden gewroken op de Filistijnen voor het verlies van zijn twee ogen. God sterkte hem, en hij haalde het huis neer, op het dak waarvan ongeveer drieduizend mensen waren. In zijn dood doodde hij meer Filistijnen dan hij in zijn leven gedood had.

Niettegenstaande de mislukkingen van Simson bereikte God het doel waarvoor hij hem had verwekt: verlossing van Israël uit de macht der Filistijnen. Simson stelde paal en perk aan hun 40-jarige overheersing. Hij bekleedde het rechterambt 20 jaren, in het bijzonder van de zuidwestelijke stammen. Gods doel met Simson werd echter pas bereikt in de dood van Simson.

Kaart: Het land van Simson, het stamgebied van Dan, grensde aan het land van de Filistijnen met hun steden Ashdod, Ashkelon, Ekron, Gaza en Gath.
Simson kwam uit Zora. De Geest van Jhwh begon Simson aan te drijven in het leger van Dan (Machane-dan) tussen Zora en Estaol, Richt. 13:25.
Simson huwde met een Filistijnse vrouw uit Timna (Thimnath), Richt. 14:2. Simson sloeg 30 mannen uit Ashkelon en nam hun wisselklederen, Richt. 14:19. 
In Gaza ging Simson in tot een hoer, Richt. 16:1 en droeg daarna de deuren van de stadspoort weg naar een berg die vanaf Hebron te zien was (Richt. 16:3).
In die Filistijnse stad werd hij gevangen gezet (Richt. 16:21) en deed hij de tempel van de filistijnse god Dagon instorten, waarbij hij ook zelf omkwam. 
Simson werd tussen Zora en Estaol begraven, in het graf van zijn vader Manoah.

Tijdrekening

Simson was één van de richters (bevrijders) van Israël. De tijd van de Richters beslaat ongeveer drie eeuwen, van de 14e - 11e eeuw v.C., namelijk 1332 - 1042 v.Chr.[6]. Simson was richter in de 11e eeuw v.Chr., namelijk van 1086-1066[7]. In tijdrekenkundig verband[8]

1200-1193 Onderdrukking door de Midianieten, 7 jaar (Richt.6:1)
1193-1153 Gideon richter en tijd van rust, 40 jaar (Richt.8:28)
1153-1150 Abimelech koning in Sichem (Richt.9:22)
1150-1127 Thola en Jair richter, resp. 23 en 22 jaar (Richt.10:1-3)
1117-1099 Onderdrukking door de Ammonieten, 18 jaar (Richt.10:8)
1099-1093 Jefta richter, 6 jaar (Richt.12:7)
1106-1066 Onderdrukking door de Filistijnen, 40 jaar (Richt.13:1)
1093-1086 Ebzan richter, 7 jaar (Richt.12:10)
1086-1076 Elon richter, 10 jaar (Richt.12:11)
1076-1068 Abdon richter, 8 jaar (Richt.12:14)
1086 Slag bij Afek, de Filistijnen verslaan Israel en maken de ark buit. Dood van Eli (1 Sam.4)
1086-1066 Simson richter, 20 jaar (Richt.15:20)
1066 Slag bij Mizpa, de Filistijnen verslagen (1 Sam.7)
1066-1042 Samuel richter
1042-1011 Saul koning

Voorbeeld en type

In het Nieuwe Testament wordt Simson vermeld als een man die, met voorbeelden ter navolging, door geloof of hoop handelde. Hij wordt genoemd onder de wolk van getuigen die 'een getuigenis verkregen door het geloof,' maar zijn daden worden niet vermeld.

Heb 11:32 En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken als ik vertel van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David, Samuel en de profeten, (TELOS)

Simson is in enkele opzichten een type van Christus. Zijn volksgenoten, die zich schikten in de overheersing door de Filistijnen, leverden Simson over aan de Filistijnen. Zo werd de Heer Jezus, de ware Nazireeër, die kwam om zijn volksgenoten te redden, door hen overgeleverd aan de bezettende macht der Romeinen. De grootste slag sloeg Simson in zijn eigen dood. Zo bracht de dood van de Heer Jezus een grote slag toe aan de vijand, de duivel.

Heb 2:14  Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, (TELOS)

Wij, heiligen, zijn in morele zin Nazireeërs. Simson verried het geheim van zijn kracht aan een vreemde vrouw. Het is een treffend geval van de dwaze dingen die een Nazireeër kan doen als hij uit de gemeenschap met de Heer is.

Meer weten

W. Kelly, Inleiding tot de historische boeken, Richt. 13-16. Pagina's: 6. Download (pdf-document) van OudeSporen.nl 

S. (Onbekend auteur), Enkele lessen uit het leven van Simson. Pagina's: 2. Download van OpenJeBijbel.nl

P. Fuzier, Zeven voorbeelden. Oorspronkelijk in het Frans verschenen in Le Messager Evangélique, jaar onbekend. Pagina's: 3. Paragraaf 3 (blz. 2) handelt over Simson. Download (pdf-document) van OudeSporen.nl

H. Bouter, Simson, verliezer of winnaarSimson als type van Christus. Gouda: Boeken om de bijbel, 2e herziene druk 2003. Pagina's: 55 Download (pdf-document) van OudeSporen.nl

Bronnen

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Samson. Hieruit is op 2 mei 2013 tekst genomen, vertaald en verwerkt.

S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Simson. Hieruit is op 2 mei 2013 genomen en verwerkt.

Voetnoten

  1. Aldus Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Simson. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.
  3. Als tweede betekenis genoemd voor S.J. van Ronkel, aangehaalde plaats.
    Het Griechisch-Deutsch Strongs Lexikon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia, noemt als betekenis “sonnig, Kleine Sonne”.
  4. Aldus de Naardense Bijbelvertaling.
  5. Aldus het Griechisch-Deutsch Strongs Lexikon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Dit woordenboek noemde de betekenis “sonnig, Kleine Sonne”.
  6. Volgens de tijdrekening van Stichting De Oude Wereld (2009), gebaseerd op de Masoretische grondtekst van het Oude Testament.
  7. Volgens de tijdrekening van Stichting De Oude Wereld (2009), gebaseerd op de Masoretische grondtekst van het Oude Testament. David F. Payne, Van Abraham tot Paulus (Leiden: J.J. Groen en zoon, 1994) stelt het optreden van Simson rond 1070 v.C.
  8. Ontleend aan de tijdbalk van Stichting De Oude Wereld (2009), gebaseerd op de Masoretische grondtekst van het Oude Testament.