Hoofdmenu openen

Een rots is een grote, kale steen. Het grootste deel van het historische land Israël is een hoogvlakte, doortrokken met steile rotswanden en holen. Naar rotsen wordt in de Bijbel vaak verwijzen. God is onze rots!

Het landschap is ongeveer gelijk aan de Schwabische alpen (Schwäbische Alb), een middelgebergte in het zuidwesten van Duitsland.

Inhoud

Rotsen in de Bijbel

De meest bekende rotsen zijn:

  • Bozes en Senne , waar Jonathan de Filistijnen sloeg (1 Sam. 14: 5).
  • Rimmon, die van verre te zien is, 4 uren gaans ten noordoosten van Jeruzalem, waar de Benjaminieten uitgeroeid werden (Richt. 20: 45), waarschijnlijk het tegenwoordige dorp Rummon op een kegelvormige krijtberg.
  • Oreb, waar de Efraïmieten de Midianietenkoning van dezelfde naam verwurgden (Richt. 7 : 25).
  • De rots der gemzen, Davids schuilplaats voor Saul (1 Sam. 24 : 3 , niet ver van Engedi.
  • In de woestijn stroomde water uit de granietrotsen bij Rafidim (Exod. 17: 6), bij Kades (Num. 20 : 8, 11). Zie verderop.
  • In een rotskloof op de Sinaï, die nog aangewezen wordt, stond Mozes (Exod. 33: 21) toen de heerlijkheid van God hem voorbijging.
  • De rots Horeb werd gescheurd door de storm die bij de verschijning van God aan Elia voor de Heer uitging (1 Kon. 19 : 11).

God. In figuurlijke zin wordt God een rots genoemd, zie verderop.

Rotsklippen. Onder rotsklippen bij beken in dalen, bijvoorbeeld van Kidron, in het duister van vooroverhangende rotsen werden bij de afgodische Molochdienst kinderen geslacht (Jes. 57 : 5).

Water uit de rots

In Rafidim was een rots, behorende tot de berg Horeb, waarop Mozes naar Gods bevel met zijn staf sloeg om het dorstige volk van water te voorzien. Volgens de apostel Paulus is de rots een zinnebeeld van Christus, die zijn volk begeleidt en geestelijke drank geeft. 

1Co 10:4 en allen dezelfde geestelijke drank dronken. (Want zij dronken uit een geestelijke steenrots die volgde; de steenrots nu was Christus.)

 
Mozes en het water uit de rots van Horeb. Schilderij van Bartolome Esteban Murillo, gedateerd 1667-1670.

De tocht door de woestijn is zinnebeeldig de tocht van de gelovigen door deze wereld. Later, bij Kades, wordt opnieuw water voorgebracht uit een rots:

Nu 20:8 Neem dien staf, en verzamel de vergadering, gij en Aaron, uw broeder, en spreekt gijlieden tot de steenrots voor hun ogen, zo zal zij hun water geven; alzo zult gij hun water voortbrengen uit de steenrots, en gij zult de vergadering en haar beesten drenken. (SV)

De stad Petra

De stad Petra. De naam rots, in het Hebreeuws Sela, in het Grieks Petra, draagt de in de rots uitgehouwen hoofdstad van de Edomieten (Jes. 49 : 16), naar welke het Petraeïsch Arabië ('Rotsachtig Arabië', Lat. 'Arabia Petraea') genoemd is. De rotsstad Petra lag in het huidige Jordanië. Het Hebreeuwse woord Sela is (Jes. 42 : 11) door Luther, met 'rots' vertaald, maar in Jes. 16: 1 ('Lemmer von Sela') en 2 Kon. 14 : 7 ('die Stad Sela') onveranderd gelaten. Waarschijnlijk wierp Amazia de 10.000 gevangen Edomieten van deze rots te Petra naar omlaag (2 Kron. 25: 12),

Dood door afwerping

Koning Amazia van Juda wierp 10.000 gevangen Edomieten van een rots af, waardoor ze omkwamen (2 Kron. 25: 12), een wreedheid, waarvan de afkeuring wel niet door een uitdrukkelijk woord, maar door het feit is uitgesproken, dat van toen af de zegen van hem week. Elders komt deze doodstraf, die door de Romeinen is bekend geworden, bij Israël niet voor.

Wanneer de bewoners van Nazareth Jezus van de rotsen willen neerwerpen die hun stad omringen (Luk. 4 . 29), dan was dit deels een uiting van hun vreselijke woede, deels terwille van de Sabbat, boven steniging verkozen, omdat zij daartoe stenen hadden moeten oprapen.

De officiële Joodse wijze van ‘stenigen’ was een handeling door minstens twee of drie getuigen, die de ter dood veroordeelde (half)naakt ontkleedden, en - met zijn handen gebonden op de rug - en met het hoofd omlaag, van een rots (hoogte, heuvel) naar beneden duwden (zie Luk4:29 bij Jezus, net buiten Nazareth). De hele gemeente ging daarna naar beneden, en als het slachtoffer alsnog tekens van leven gaf dan hieven de twee getuigen een rotsblok omhoog en lieten ze die vallen op de borst van het slachtoffer. Was hij dan nog niet gestorven, dan zouden de aanwezigen met rotsstenen het laatste lijden van de gestrafte beëindigen.[1]

Figuurlijke zin

Rots der eeuwen

Vaste Rots van mijn behoud,
Als de zonde mij benauwt,
Laat mij steunen op uw trouw,
Laat mij rusten in uw schauw,
Waar het bloed, door u gestort,
Mij de bron des levens wordt.

Jezus, niet mijn eigen kracht,
Niet het werk, door mij volbracht,
Niet het offer, dat ik breng,
Niet de tranen, die ik pleng,
Schoon ik gansche nachten ween,
Kunnen redden, Gij alleen.

Zie, ik breng voor mijn behoud,
U geen wierook, myrrhe of goud,
Ledig kom ik, arm en naakt,
Tot den God, die zalig maakt,
Die de zielen kleedt en voedt,
Die ze troost en leven doet.

Eenmaal als de stonde slaat,
Dat mijn lichaam sterven gaat,
Als mij ziel uit de aardsche woon,
Opstijgt tot des Rechters troon,
Rots der eeuwen, in uw schoot,
Berg mijn ziele voor den dood.

Jacqueline van der Waals
Uit: Iris (1918)

In figuurlijke zin wordt rots als een veilig toevluchtsoord gebruikt (Ps. 27 : 5; 61: 3), gelijk zij dan ook in waarheid daartoe dient (Jes. 2 : 21; 33: 16; Num. 24: 21; Jer. 48 : 28). Vooral wordt God als onze hoogste toevlucht in elke nood, bepaaldelijk 'rots', ook 'rots des heils' genoemd in de innige gebeden van David (2 Sam. 22: 2; Ps. 18: 3; 31: 3; 42: 10; 62: 8; 71: 3; 146 : 6; Jes. 17: 10), en in het lied van Mozes (Deut. 32: 4, 15, 18 , 30).

Ps 71:1 Op U, o HEERE! betrouw ik; laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Ps 71:2 Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij. Ps 71:3 Wees mij tot een Rotssteen, om daarin te wonen, om geduriglijk daarin te gaan; Gij hebt bevel gegeven, om mij te verlossen, want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg. Ps 71:4 Mijn God, bevrijd mij van de hand des goddelozen, van de hand desgenen, die verkeerdelijk handelt, en des opgeblazenen. (SV)

In vers 3 is 'Rotssteen' de vertaling van het Hebreeuwse 'tsoer' (= rots, kloof[2]), en 'Steenrots' de overzetting van 'sela' (= steile rotspunt, (steile) rotswand, rots[2])

Christus

Christus is een rots der ergernis (Rom. 9:33 en 1 Petr. 2: 8) voor de Joden, die aan zijn knechtsgestalte aanstoot namen. En toch was Hij reeds in de woestijn de geestelijke steenrots (1 Kor. 10: 4), waaruit zij dronken. Hij was de Engel van het verbond die hen begeleidde, door wie zij wonderbaar gedrenkt, gespijzigd, geleid en beschermd werden, die zij echter door hun ongeloof verzochten (vs. 10).

Christus als de rots (Gr. ‘Petra’, een deeltje daarvan is ‘Petros’, zie Petrus) wordt meestal ook gezien in de gelijkenis van de wijze man en de dwaze man. De wijze man bouwt zijn huis op de rots, Mat. 7:24 en Luk. 6:47. In de context zien we echter dat de rots hier niet Christus betreft, maar het dóen van Zijn wil, Het is een gelijkenis waarmee onze Heer ons sterk aanmoedigt, want ‘geloof zonder werken is dood’! Hij wil niet dat wij Hem ‘Here, Here’ noemen (zie vers daarvóór) maar Hem hierin niet echt kennen. Zoals in Jacobus (in 1:23,24) de gelijkenis spreekt van een ‘vergeetachtig’ iemand die zijn eigen weg gaat en niet (meer) Zijn wil dóet.

Petrus

Tot Petrus zei de Heer Jezus: 'jij bent Petrus en op deze rots zal ik mijn gemeente bouwen' (Matth. 16:18).

Mt 16:15 Hij zei tot hen: U echter, Wie zegt u dat Ik ben? Mt 16:16 Simon Petrus nu antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. Mt 16:17 Jezus nu antwoordde en zei tot hem: Gelukkig ben jij, Simon, Bar-jona, want vlees en bloed heeft je dat niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemelen is. Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen. Mt 16:19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven, en alles wat jij zult binden op de aarde, zal gebonden zijn in de hemelen, en alles wat jij zult ontbinden op de aarde, zal ontbonden zijn in de hemelen. Mt 16:20 Toen verbood Hij zijn discipelen, dat zij iemand zouden zeggen dat Hij de Christus was. (Telos)

De Heer doelt met de woorden "deze rots" waarschijnlijk op Zichzelf, maar Petrus betrekt hij daarbij. Zie het commentaar op Matth. 16:18.

Bronnen

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Rots. De tekst van dit lemma is op 10 sept. 2016 verwerkt.

Bijbels Theologische Encyclopedie, uitgave 2008.

Voetnoten

  1. Aldus ds. H.G. Koekkoek, De Geheimen van de Offers. ISBN 9789070700174
  2. 2,0 2,1 Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.