Hoofdmenu openen

Offering is een verouderd woord, dat 'de daad van offeren', of ook wel 'het geofferde, het offer, de offergave' betekent[1]. Het woord komt voor in het Statenvertaling van Ezr. 8:25.

Ezr 8:25 En ik woog hun toe het zilver, en het goud, en de vaten, zijnde de offering van het huis onzes Gods die de koning en zijn raadsheren, en zijn vorsten, en gans Israël, die er gevonden werden, geofferd hadden; (SV)

Het Hebreeuwse woord in dit vers is teroema, ook overgeschreven teroemah. Het betekent 'bijdrage, offerande, hefoffer'[2]. Het komt 76x voor het Oude Testament. De Statenvertaling vertaalt het 63x door 'hefoffer' en 1x door 'offering'. De NBG51-vertaling heeft 64x 'heffing'. De Engelse King James vertaling heeft 51x 'offering'.

Latere vertalingen dan de Statenvertaling hebben in Ezr. 8:25 'hefoffer' (Herziene Statenvertaling), 'heffing' (NBG51, Naardense bijbel), 'Offergave' (Canisiusvertaling, Willibrordvertaling 1995), 'Wijgaven' (Leidse vertaling), 'Wijgeschenk' (Willibrordvertaling 1978), 'bijdrage' (Nieuwe Bijbelvertaling, 2004).

Voetnoot

  1. Johan Hendrik van Dale, Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal (1872) s.v. Offering. Hierin wordt het woord reeds als verouderd aangemerkt.
  2. Vergelijk Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.