Hoofdmenu openen

Micha was een profeet in het rijk der tien stammen, ten tijde van de koningen Achab en Josafat, in de 9de eeuw vóór Christus. We lezen over hem in 1 Kon. 22.

In het Engels is zijn naam Micaiah.

Hij was de zoon van Jimla.

Achab, de koning van Israël, wilde samen met Josafat, de koning van Juda, de stad Ramoth in Gilead terug veroveren op Syrië. Hij ontbood profeten om hen te vragen. Alle andere profeten, omstreeks 400 in getal, voorspelden een gelukkige uitslag van de oorlog. Tenslotte werd ook de profeet Micha opgehaald. Achab had een hekel aan hem, omdat Micha altijd narigheid voorspelde.

1Kon 22:13 De bode nu die Micha was gaan roepen, sprak tot hem: Zie toch, de woorden van de profeten zijn eenstemmig in het voordeel van de koning. Laat toch uw woord als het woord van een van hen zijn, en spreek het goede. 1Kon 22:14 Maar Micha zei: Zo waar de HEERE leeft, wat de HEERE tegen mij zegt, dat zal ik spreken. (HSV)

Ook ditmaal, naar het woord van Jahweh, voorzegde hij onheil. Zijn standvastigheid en oprechtheid verbitterde Achab. Op diens bevel werd hij in de gevangenis geworpen. De uitkomst echter bevestigde zijn woord: Achab werd gedood en het leger van Israël droop af.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Enige tekst van het lemma 'Micha' is op 18 aug. 2017 verwerkt.