Hoofdmenu openen

Herodes Agrippa I (10 v.Chr.–44 n.Chr.), ook genoemd Agrippa de Oudere, verwierf in 37 de koningstitel en trad van 41 tot 44 na Chr. op als koning van Judea en Samaria. Hij liet Jakobus, de broer van Johannes, doden en Petrus gevangen nemen. We lezen over hem in Hand. 12:1-23. 

Beeltenis van Herodes Agrippa I op een munt

Hij was een kleinzoon van Herodes de Grote, een neef van Herodes Antipas en een broer van Herodias. Hij huwde met Cypros (Kypros).

 
 
Alexander
van Judea
 
Alexandra
de Maccabese
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Herodes
de Grote
 
Mariamne I
gest. 29 vC
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aristobulus IV
gest. 7 vC
 
Berenice
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Cypros
 
Herodes
Agrippa I
 
Herodias
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Herodes
Agrippa II
 
Drusus
 
Bernice
 
Mariamne
 
Drusilla

Herodes Agrippa I en Cypros kregen vijf kinderen: 

  • Herodes Agrippa II;
  • Drusus, die in zijn kinderjaren overleed;  
  • Berenice. Zij werd de vrouw van Marcus Julius Alexander en na diens dood van Herodes van Chalkis;
  • Mariamne, die jong overleed;
  • Drusilla. Zij werd later de vrouw van Antonius Felix, procurator in Judea.

Hij was koning over delen van het rijk van Herodes de Grote en vanaf 41 over het gehele grondgebied. Herodes Agrippa I wendde zijn invloed aan ten gunste van de verkiezing van Claudius tot keizer van het Romeinse rijk. Claudius besteeg de troon op 24 juni van het jaar 41 en beloonde de inspanningen van Agrippa door aan diens gebied toe te voegen Judea, Samaria en enige delen van Libanon. 

Koninkrijk van Herodes Agrippa I. 

Hij wordt met de naam "Herodes" genoemd in het Bijbelboek Handelingen. Hij deed de gemeente in Jeruzalem kwaad, doodde de apostel Jakobus, de broer van Johannes, en liet de apostel Petrus gevangen nemen. 

Hnd 12:1 Omstreeks die tijd nu sloeg koning Herodes de handen aan sommigen van de gemeente om hun kwaad te doen; Hnd 12:2 en hij doodde Jakobus, de broer van Johannes, met het zwaard. Hnd 12:3 Toen hij nu zag dat het de Joden welgevallig was, ging hij verder door ook Petrus gevangen te nemen (het waren nu de dagen van de ongezuurde broden), Hnd 12:4 die hij ook, na hem te hebben gegrepen, in de gevangenis zette en overleverde aan vier viertallen soldaten om hem te bewaken, daar hij hem na het pascha voor het volk wilde brengen. (TELOS)

Herodes stierf in het jaar 44 te Caesarea Maritima (zie kaart), doordat een engel hem sloeg.

Hnd 12:21 Op een vastgestelde dag nu hield Herodes, na een koninklijk gewaad te hebben aangedaan en gezeten op de rechterstoel, een toespraak tot hen. Hnd 12:22 En het volk riep hem toe: Een stem van God en niet van een mens! Hnd 12:23 En onmiddellijk sloeg een engel van de Heer hem, omdat hij God niet de heerlijkheid gaf; en hij werd door wormen gegeten en hij stierf. (TELOS)

Tijdbalk: van Augustus tot Vespasianus
JeruzalemVespasianusVitelliusOthoGalbaGessius FlorusLucceius AlbinusPorcius FestusNeroFelix (stadhouder)Ventidius CumanusHerodes Agrippa IITiberius Julius AlexanderCuspius FadusHerodes Agrippa IClaudiusMarullusCaligulaMarcellusPontius PilatusKajafasValerius GratusTiberiusAnnius RufusMarcus AmbiviusCoponiusAnnasArchelaüsFilippusHerodes AntipasJezus ChristusJohannes de DoperHerodes de GroteAugustus

Bron

Enige tekst, aangaande de nakomelingen, is overgenomen van https://nl.wikipedia.org/wiki/Herodes_Agrippa_Iop 25 sept. 2017.