Hoofdmenu openen

Dioscuren, ook geschreven Dioskuren, is de benaming voor de halfgoden Castor en Pollux, zonen van de Griekse oppergod Zeus (de Romeinse god Jupiter).

Naam. De naam "Dioscuren" betekent letterlijk "zonen van Zeus".

Castor en Pollux, ook aangeduid met de Griekse namen Kastor en Polydeukes, waren de tweelingzonen van Zeus en Leda, de echtgenote van de Spartaanse koning Tyndareos, en werden bij de Griekse en Romeinse zeelui beschouwd als de beschermgoden van de zeevaart.

Kenteken van Paulus' schip. De apostel Paulus en die met hem naar Rome gingen, voeren op een schip met de Dioscuren als kenteken. Ze waren aan de voorsteven gebeeldhouwd of geschilderd.

Hnd 28:11 Na drie maanden nu voeren wij af op een schip dat op het eiland had overwinterd, een Alexandrijns schip met de Dioscuren als kenteken. (TELOS)

De Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling hebben de verklarende vertaling "Castor en Pollux". De NBG51-vertaling en de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 hebben "Dioskuren" resp. "Dioscuren".

Hnd 28:11 En na drie maanden voeren wij weg in een schip uit Alexandrië, dat op het eiland overwinterd had en als teken Castor en Pollux had. (HSV)

"De apostelen waren geen beeldenstormers of mensen die de heidenen eerst hun valse goden wilden ontnemen, voordat zij hun de heerlijkheid van de enige levende God voor ogen hadden gesteld."[1] (K. Willinger)

"De ware banier waaronder Paulus met de zijnen voer, was de kruisbanier van Jezus Christus, waarop geschreven staat: "in dit teken zult gij overwinnen"[1]. (Karl Gerok)

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Aangehaald in: Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Hand. 28:11.